Gezonder met Gerda

Gezonder met Gerda

Gezonder met Gerda

Gezonder met Gerda

Lucy, de Super Gekkie

Lucy, de Super Gekkie

Vreemde geluiden uit de boomhut

Nancy houdt haar hoofd luisterend scheef en loopt naar buiten. Wat hoort ze nu toch? Het vreemde geluid komt uit de boomhut van Tim en Lucy, die haar man Jan en buurman Kees samen hebben gebouwd – half in hun tuin, half in die van de buren.

Lucy en Tim zitten zoals altijd in de hut, maar deze keer klinken hun geluiden vreemd: gesis, kreten, gekke geluidjes. Nancy’s nieuwsgierigheid wint het. Wat hebben de kinderen nu weer bedacht?

“Mama, wij zijn gekkies”

Lucy ziet haar en roept: “Mama, mama, wij zijn gekkies!”

Nancy glimlacht. Dat is geen nieuws, maar ze wil wel weten wat Lucy precies bedoelt. “Lucy, wat bedoel je?”

Lucy’s antwoord maakt het nog niet duidelijk. “Nou mama, die mensen die dingen zeggen waar anderen niets van begrijpen…”

“Uhh… dingen zeggen die…?” vraagt Nancy voorzichtig.

“Als jij en papa het hebben over mensen die boos worden en niet begrijpen wat je bedoelt, dan word je gekkies genoemd.”

Wat bedoel je eigenlijk met gek?

Nancy begint het te begrijpen. Gisteren had ze het met Jan over complotgekkies en hoe makkelijk mensen anderen zo labelen. Ze hadden niet door dat Lucy het had gehoord. Voordat ze reageert, wil Nancy eerst weten wat haar dochter ervan heeft gemaakt.

“En wat heeft dat te maken met de kreten en het gesis?” vraagt ze.

Lucy kijkt haar verbaasd aan. “Dat is toch makkelijk, mama. Nu kan niemand ons begrijpen en zijn wij net als jij en papa ook gekkies.”

Aha. Nancy roept de kinderen naar beneden en gaat samen met hen in het gras zitten. Het is tijd voor een uitleg. Ze haalt diep adem en begint:

Als je denkt dat niemand het wil begrijpen

“Mensen die ‘complotgekkies’ worden genoemd, voeren gewoon gesprekken met woorden die iedereen kan begrijpen. Het verschil is dat anderen het te moeilijk vinden om te luisteren, of geen moeite willen doen om te begrijpen. Ze volgen de radio, tv, lezen de krant en geloven alleen wat daar verteld wordt. Terwijl er ook mensen zijn die meer willen weten. Hoe ziet de andere kant van het verhaal eruit? Klopt het wat er verteld wordt? Waarom mag de ene dokter iets zeggen en de andere niet? Daar moet je moeite voor doen. Veel mensen willen dat niet, en dan is het makkelijk om zulke verhalen af te doen als fantasie. Als je meer ziet en meer hebt onderzocht, kan het zijn dat mensen je een ‘complotgekkie’ noemen.”

De kinderen kijken beteuterd. Hun mooie taalidee lijkt niet te tellen.

Op afstand zie je meer

Lucy gaat liggen en kijkt naar de boomhut. “Mama, als Tim en ik in de boomhut zitten, zien wij toch ook meer? Nu zie ik alleen de onderkant.”

Tim valt haar bij. “Ja, als wij boven zitten, zien wij véél meer.” “Binnen is het soms donker, maar bij de deur is het licht. En bij het raam dat papa heeft gemaakt ook. Als ik net doe of ik een gordijn ben,” zegt Lucy.

Bijna gelijktijdig beginnen de kinderen te lachen. “Het maakt niets uit wat grote mensen denken,” zegt Tim. “Wij zijn nu de super, super, super gekkies!”

Iedereen ziet wat hij ziet

Nancy glimlacht. Heerlijk hoe zij iets lastigs zo eenvoudig weten te maken. Daar kunnen volwassenen nog wat van leren. Waarom elkaar labels geven, als je ook kunt accepteren dat anderen de wereld anders zien?

Nancy staat op en loopt naar binnen, denkend aan een lapje stof om als gordijntjes te gebruiken. Ze kijkt nog één keer naar de boomhut, waar Lucy en Tim boven zitten te lachen, helemaal in hun eigen wereld. Hun spel herinnert haar eraan dat zien meer is dan alleen met je ogen kijken – het gaat om aandacht, nieuwsgierigheid en vragen durven stellen.

Een glimlach verschijnt op haar gezicht. Iedereen loopt zijn eigen pad, ziet wat hij ziet, gelooft wat hij gelooft. En toch… een kleine gedachte blijft hangen, zacht maar krachtig:

De vraag die blijft hangen

“Wie bepaalt eigenlijk wat waar is, en wat geloof jij zelf?”

Lucy en de magie van Water

Lucy en de magie van Water

Lucy dartelt in de regen. Elke keer dat ze omhoog kijkt, glimlacht ze. De druppels vallen rechtstreeks op haar gezicht en ze vindt het heerlijk. Ze springt door plassen alsof het een wedstrijd is. Tot ze ineens stokstijf blijft staan.

“Waarom komt water eigenlijk uit de kraan,” mompelt ze tegen zichzelf, “als het hier gewoon uit de lucht valt?”

Een kinderlijke logica die klopt

Haar ogen worden groot. Dat is een geniaal idee. Ze rent naar huis. Hoe harder de regen, hoe sneller ze gaat — straks is het droog en is haar kans voorbij.

Nancy zit binnen met een kop thee. Ze hoort gestommel, een deur die openstaat, en… druppels op de keukenvloer? Ze loopt naar de keuken en ziet een spoor van modderige voetstappen, een open achterdeur en op de tuintafel: pannen, glazen, bakjes. Alles staat in de regen.

Voor ze iets kan zeggen komt Lucy naar binnen rennen met een lege pan in haar handen.

“Mama! Vanavond hoeven we de kraan niet open te doen! Ik heb écht water gevangen!”

Water: gratis uit de lucht

Nancy kijkt haar dochter aan. “Echt water?”

“Ja! Regenwater. Het komt gewoon gratis naar beneden vallen! Jij zegt toch dat water schoonmaken veel werk is? Nou, dat hoeft helemaal niet. We hoeven het alleen maar op te vangen.” En weg is ze weer, pan in de lucht, alsof ze goud probeert te vangen.

Nancy zucht. Natuurlijk. Voor Lucy is dit allemaal pure logica.

Van regen naar keukenvloer

Ze roept haar binnen, geeft haar een dweil en samen maken ze de keukenvloer droog.

“Vertel eens, wat was precies je plan?”

Lucy vertelt enthousiast hoe ze met regenwater wilde koken, tandenpoetsen en drinken. Omdat mama zei dat water kostbaar was.

Systemen versus eenvoud

Nancy moet toegeven: zo onlogisch is het niet. “Je hebt gelijk dat regenwater heel bijzonder is,” zegt ze voorzichtig. “Maar als we het zo uit de lucht drinken, zitten er soms kleine beestjes, stofjes of blaadjes in. Die zijn niet gevaarlijk, maar we zijn gewend aan heel schoon water. Daarom moeten we het eerst filteren.”

Lucy kijkt wat teleurgesteld, totdat Nancy verdergaat:

De kracht van regenwater

“Maar we kunnen jouw idee wél gebruiken. We kunnen het regenwater in een grote ton doen voor de plantjes. En als we het filteren, kunnen we zelfs af en toe een klein beetje drinken. Dat vinden jouw cellen vast heerlijk.”

Lucy’s gezicht licht meteen weer op.
“Dan moeten we een regenton kopen! En een filter! En misschien kunnen we er een zilveren munt in doen, zoals papa zei!”

“Dat gaan we papa laten uitleggen,” lacht Nancy.

Regenwater, overvloed en vertrouwen

Even later staat Lucy weer buiten. Ze kijkt naar boven, doet haar mond open en vangt de regen op alsof het de puurste limonade ter wereld is.

“Lekkerrrrr!”

Nancy kijkt naar haar dochter en denkt:

Hoe simpel kan het zijn. Kinderen zien overvloed waar volwassenen alleen systemen zien.

Lucy kiest haar stem

Lucy kiest haar stem

Rennend komt Lucy op Nancy af. Ze grijpt haar hand en trekt haar bijna mee. “Mama! Mama! We mogen stemmen! De hele school mag maandag naar de stembus! De juf zei dat we dit weekend moeten nadenken op wie we willen stemmen.”

Nancy fronst een beetje. “Op wie je wilt stemmen? Waar moet je dan uit kiezen?”
Lucy kijkt haar aan met fonkelende ogen. “Nou… welke politie partij we kiezen!”
“Ah, een politieke partij,” zegt Nancy glimlachend. “En wat heeft de juf nog meer verteld?”
Lucy wervelt van enthousiasme. “We moeten met vier kinderen en een papa of mama gaan kijken wat we willen. Jij helpt toch wel, mama?”
“Tuurlijk,” zegt Nancy. “Maar dan moeten jullie me ook vertellen wat jullie willen én wat de juf nog meer heeft gezegd.”
“Mooi! Dan ga ik thuis gelijk een bericht aan Tim, Marya en Amir schrijven dat het goed is en dat ze morgen kunnen komen.” Lucy laat mama’s hand los en huppelt voor haar uit naar huis.

Eenmaal thuis pakt Lucy mama’s telefoon om het berichtje te sturen. Terwijl ze typt, mompelt ze mee met wat ze schrijft: “Morgen gaan we samen met mama op Google kijken naar wat de politie partij te zeggen heeft.”

Creatief kiezen

Nancy denkt bij zichzelf: We zullen maar afwachten hoe dat morgen gaat. Vier stuiterballen die informatie moeten verzamelen… Benieuwd hoeveel geduld ze daarvoor hebben. Gelukkig zijn er veel korte filmpjes. Dan schiet haar de site echtestemwijzer.nl te binnen. Daar kunnen de kinderen zien hoe de ‘politie’ op verschillende voorstellen hebben gestemd. Al klopt dat lang niet altijd met wat ze tijdens hun verkiezingscampagne beloven. En dat mag ook duidelijk uitgelegd worden: de kinderen weten niet waarom iemand voor of tegen een voorstel heeft gestemd. Nancy is benieuwd wat de kinderen ervan zullen maken.

Wat is het leuk dat de school dit voor de kinderen organiseert, denkt Nancy. Een stukje bewustwording van wat er in de politiek speelt kan nooit kwaad. Het is natuurlijk ook een voordeel dat er bij iedere verkiezing in de school een lokaal als stembureau dient. Dit jaar blijkt dat ze het lokaal al een dag eerder inrichten.

Maandag op school is Nancy nieuwsgierig hoe de kinderen het vonden. Zaterdag zijn ze druk bezig geweest, en alle vier hebben ze het serieus genomen en een partij gekozen. Niet altijd even onderbouwd, maar wat maakt het uit? Lachend denkt Nancy aan Marya: Het maakte haar niets uit wat de jongeman te vertellen had. Hij ziet er leuk uit en praat lief. Daar stem ik op. Tja, zo kan het ook.

De prullenbak

Tot Nancy’s verrassing komt Lucy met een sip gezicht uit school. Verwonderd vraagt Nancy wat er aan de hand is. Al snel begrijpt ze het:
“Mama, we hebben heel erg ons best gedaan, en nu gaan alle stemmen in de grote prullenbak! Zelfs als de grote mensen gaan stemmen, moet dat in de grote prullenbak. Dat kan toch niet?”

Nancy moet even schakelen om te begrijpen waar haar dochter het over heeft. Dan valt het kwartje: de stembiljetten worden in een kliko gegooid. Voor Lucy is dat een grote prullenbak. Ze weet zelf ook niet waarom dit zo is.

Nancy kijkt Lucy aan: “Het klopt wat je zegt. Alle stemmen worden inderdaad in de grote prullenbak gegooid. Nu je het zegt, dat is wel raar. Ik denk dat de juffrouw jullie stemmen eruit heeft gehaald en in de klas bewaard.”

Lucy kijkt haar geheimzinnig aan en steekt haar hand in haar jaszak.
“Die van mij niet,” zegt ze. “Ik ga geen stem weggooien.”

Nancy lacht. Wat een bijdehante meid is ze toch, denkt ze. Ze trekt haar eigen plan: als Lucy het anders wil doen dan wat er gezegd is, laat haar dat maar. Prima zo, laat haar lekker voor zichzelf opkomen.

Want zelf nadenken, zelfs als de wereld het anders doet, is misschien wel de grootste stem die je ooit kunt uitbrengen.